Kunst: ook sprezzatura?

In september besteedde TV Drenthe aandacht aan onze filosofie naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in het Drents Museum, Sprezzatura.

De recensies over die tentoonstelling waren overigens niet louter positief. Het idee van de conservator, Annemiek Rens, om minder bekende schilders te tonen die in kleur en stijl ‘schijnbare achteloosheid’ tonen, was voor sommige critici blijkbaar een brug te ver.

Als onderdeel van het programma mocht Marc Wiers-Dagnino vertellen hoe sprezzatura zich verhoudt tot de huidige Italiaanse samenleving. Of eigenlijk andersom: hoe de hedendaagse Italiaan het leven leeft in ‘schijnbare achteloosheid’.

Programma zien? Klik hier.

Tentoonstelling zien? Dat kan nog tot en met 3 november.

Zakendoen en fare bella figura

Schoonmoeder Alma staat een half uur voor de spiegel om zich op te tutten voor een koffietje in de bar en een rondje over de markt. Ze is langer bezig met omkleden dan met de boodschappen zelf. Als ik er over begin kijkt ze me verbaasd aan. ‘È educazione!` roept ze dan verbolgen en trekt mopperend de deur achter zich dicht. ‘Jullie olandesi begrijpen hier niks van.’

‘Fare bella figura’. In de publieke ruimte denken de meeste Italianen goed na over hoe ze zich presenteren. In een land waar schoonheid een natuurlijk gegeven is, is dat ook niet zo verwonderlijk. Alles dat door menselijke handen is gecreëerd moet een lust zijn voor oog, oor of mond. Anders valt het uit de toon. En, niet onbelangrijk, een ander lastig vallen met jouw pijn en armoede is zonde van onze tijd op aarde. Ook de sterke katholieke cultuur van zintuigelijke ervaringen draagt hieraan bij.

Door al die ongeschreven sociale structuren en regels kan het lastig zijn je weg te vinden in il bel paese, zeker zakelijk. Hier een paar eigen ervaringen:

Ga eten. Italianen houden oprecht van eten. Van smaken, structuren, mondgevoel. Ze hebben het er de hele dag over. Als je een nieuw (zakelijk) contact hebt, zorg dat je gaat eten. Het maakt ieder gespreksonderwerp makkelijker.

Let op je kleding. Veel Italianen letten op jouw presentatie. Daarbij gaat het niet zozeer om welk merk je draagt maar of je de goede combinatie hebt gevonden van kleur en materiaal. Ik voelde me er aan het begin vaak horkerig lomp door, met mijn Hollandse spijkerbroekencultuur, maar het is te leren.

Relaties zijn als familie. Italië heeft een familiecultuur. Families hangen de vuile was niet buiten en lossen dingen onderling op. Organisaties doen dat ook. Als je eenmaal samenwerkt met Italianen, helpt het om je partners te zien als familie.

De baas is de baas. Een Italiaan leidt het liefst geen gezichtsverlies. Een baas helemaal niet. Die is dan ook echt de baas. Een baas spreek je daarom nooit tegen. Deze hiërarchie is in Italië vaak verstikkend, dus als je hier met een glimlach mee om kunt gaan helpt dat enorm. Mocht je in een beslisproces toch echt je punt willen maken bij een beslisser, doe dat dan onderling één op één, en het liefst (zie hierboven) tijdens een etentje.

Regels gelden alleen als ze jou uitkomen. Door de ingewikkelde familiale structuur (onderling alles regelen) en het wantrouwen tegen de overheid, nemen Italianen het niet heel nauw met regels. Als maatschappelijke tegenreactie hierop, zijn er de afgelopen jaren heel veel dingen juridisch volledig dichtgetimmerd. Italië heeft de meeste advocaten per 100 inwoners ter wereld. Als je contractueel in zee gaat met Italianen, zorg dan dat je alles (en dan echt alles) goed hebt vastgelegd. Roberto heeft wel eens een advocaat ingehuurd vanwege een sollicitatieprocedure. Een wat!? Ja, je leest het goed: een sollicitatieprocedure!

Wat je ook gaat doen in Italië, weet dan dat Italianen de liefste mensen op de wereld zijn. Oprecht, emotioneel, hartelijk, gastvrij én altijd open voor een nieuwe relatie. Buon lavoro!

Eten: Vetlekkere broccoli

Alma schuift met een afwezige blik de glazen schaal de oven in. Nieuwsgierig bekijk ik de inhoud. Dat ontgaat haar niet. Ik zie roosjes broccoli liggen en slik. Ik houd niet van broccoli. Ook dat ziet ze. ‘Geloof me, deze broccoli  is lekker.’

Met een zucht gaat ze naast me aan de keukentafel zitten. ‘Wat heb jij tegen brocolli?’ Ik haal mijn schouders op en mompel dingen als ‘vlakke smaak,’ ‘vaak te droog’ en ‘net niet lekker.’ Ze knikt met haar hoofd naar de grote antieke wandkast waarin ze haar voorraad ansjovis, limoncello, zelfgedroogde kruiden en flessen olijfolie bewaart. Ik knik vragend terug. ‘Daar begint lekkere broccoli’, zegt ze tevreden.

Ik laat haar een artikeltje in Trouw zien (dit is een link). ‘Spanje gezondste land ter wereld’ staat er, in voor haar volslagen onbegrijpelijk Nederlands, boven. Ik leg haar uit dat Spanjaarden met hun olijfolie, vis, water en af en toe een glas wijn het ver schoppen op de leeftijdsladder. ‘Spanje? Italië zul je bedoelen. Nou ja. Dat was ooit. Tegenwoordig eten die jongelui hier jullie Nederlandse patat, Amerikaanse hamburgers en veel te veel worst. Wie heeft dat ooit bedacht?’ Ze schudt meewarig het hoofd. ‘Wij eten nog twee keer per dag groenten. En veel vis.’ Ik mompel dat die jongelui dat misschien niet meer lekker vinden. Mijn schoonmoeder slaat hard met haar hand op de tafel. ‘Niet lekker? Zit er smaak aan zo’n broodje hamburger? Verfijning in verpakte prut? Diepte in diepvriesspul? Ze hebben gewoon geen tijd! En geen geduld…’ Ik schiet in de lach. Langzaam vervult de zoetige geur van broccoli en olijfolie haar keuken.

Een uur later zit ik met mijn schoonouders aan tafel. Roberto scharrelt nog wat in het huis rond. Ongeduldig proef ik de roosjes licht gebrande, vettige broccoli. Door de lobbige ronde olijfolie en de knoflook is de groente gesmoord tot een zoetige perfectie. ‘Zie je nou?’ constateert Alma tevreden.

Dan komt mijn man de keuken binnen, gaat zitten en ziet de schaal staan. ‘Gatver mam, broccoli!?’

Zo maak je zelf vetlekkere Italiaanse groenten

Brocolli, venkel, paprika, bleekselderij: met dit receptje tover je veel groenten heel erg smaakvol op tafel. De olie werkt als een filter dat de smaak goed in de groente vasthoudt. Het langzame gaarproces en het lobbige mondgevoel doen de rest.

Het is heel simpel: je wast de groente en snijdt die tot de grootte die je prettig vindt. Giet een zeer ruime hoeveelheid goede olijfolie in een ovenschaal. Schil en pers een paar teentjes knoflook. Meng de groente met de olijfolie, knoflook, en wat zout. Schuif dit in je oven (180 graden) en gaar alles lekker door tot de groente zacht is.

Buon appetito!

 

 

 

 

Reizen: Koel, klein, heerlijk meer

Het regent als Roberto en ik na de Sint Bernardpas Italië inkronkelen. Hij kijkt me chagrijnig aan. Ik voel het. “Straks klaart het op,” lach ik hem via de binnenspiegel toe. Hij staart naar buiten.

We komen langs brokkelige grijze Noord-Italiaanse bergdorpjes. Saint Pierre. Pont-Saint-Martin. De Franse taal lijkt hier nog heilig. Via Aosta en Ivrea vinden we de weg naar Alessandria. Daarna is het nog een uur rijden naar huis, naar Genua.

De wolken zijn opengebrand door de zon. De natte wegen dampen als lappen donker vlees door de groene velden van het Aosta-dal. Het is warm. Vochtig. Geuren van gemaaid gras, vlierbesbloesem en verse regen maken ons nog gelukkiger. “Kijk, hier links. Dat heb ik al heel vaak zien liggen.” Mijn man wijst op een dal langs de Autostrada waar een meertje zich tussen de groene heuvels lijkt te verschuilen.

Thuis vragen we Roberto’s moeder naar de plek. “Dove. Vicino a Aosta? Dat moet Viverone zijn. Gian, pak de atlas.” Het meertje blijkt een soort waterbron. Diep, donker, zuiver, koud. Roberto en ik kijken elkaar een seconde aan. Dit wordt onze tussenstop, terug naar Nederland.

Drie weken later liggen we op een sleets strandbedje, op een geïmproviseerde strook wit zand, in de koele alpenwind aan het heerlijke water. Een 80-jarige man met wit borsthaar en een gebruinde huid waant zich er de strandwacht. Met zijn schorre stem waarschuwt hij kinderen die te ver het meer inzwemmen. Ze luisteren niet. Hij haalt zijn schouders op. Ik knipoog naar hem. Glimlachend komt hij bij ons zitten. ‘Onze reisgids,” fluistert Roberto tevreden in het Nederlands.

Dit zijn de tips van Giorgio:

Ivrea is de thuisstad van typemachinefabrikant Olivetti. Liefhebbers van architectuur kunnen terecht bij de overblijfselen van het prachtige moderne complex dat de eigenaar liet bouwen in de hoogtijdagen van het merk. Integratie met natuur, veel glas en staal en toch Italiaanse sierlijkheid in één gebouw.

Biella is het stadje ten noorden van het meer. Hier weinig toerisme, veel steegjes met volksrestaurantjes en overal de koele bergwind om je heen. Van dit soort stadjes zijn er vele rond het meertje, zoals Bolacco, meer de bergen in.

Eten is hier vaak lokaal en seizoensgebonden. Rond het meer wordt vanzelfsprekend de eigen zoetwatervis geserveerd: coregone. Deze eet je het liefst in het prachtige restaurant Rolle (dit is een link) in het dorpje Viverone zelf.

Natuur is er overal om de hoek. Door de bijzondere ligging heb je altijd zicht op de majestueuze Alpen, de glooiende heuvels en het meertje zelf. Ten noordwesten van het meer vind je een natuurgebiedje (Osservatorio Faunistico). Het noordelijke deel van het meer wordt omzoomd door bos. Probeer gewoon een laantje uit. Zo hebben wij een kerkje gevonden midden in het bos. We waren de enigen op deze plek.

Wil je meer informatie, tips of hulp? Mail marc@lasprezzatura.nl